CORSICA

ALGEMEEN
GEOGRAFIE KLIMAAT   PLANTEN EN DIEREN   GESCHIEDENIS   BEVOLKING   TAAL   GODSDIENST   SAMENLEVING   ECONOMIE EN TOERISME   LINKS   BRONNEN

Algemeen

Monte CintoCorsica (Frans: Corse), is een eiland van Frankrijk en ligt in de Middellandse Zee met als hoofdstad Ajaccio. Corsica wordt ook wel “Ile de Beauté” genoemd, eiland van de schoonheid. Het eiland ligt ter hoogte van Toscane op 83 km van de Italiaanse kust en 170 km ten zuiden van de Franse Rivièra. Het Italiaanse eiland Sardinië ligt maar op twaalf kilometer afstand ten zuiden van Corsica. De Straat van Bonifacio (Bouches de Bonifacio) scheidt beide eilanden. Ten noorden van Corsica ligt de Ligurische Zee, ten oosten ligt de Tyrrheense Zee en ten westen ligt de Middellandse Zee. Geologen zijn het erover eens dat het Corso-Sardijnse micro-continent ca. 30 miljoen jaar geleden is losgerukt van de Franse Provence.
De totale oppervlakte van het eiland bedraagt 8680 km2 en dat is ongeveer een kwart van de oppervlakte van Nederland. Het is het vierde eiland van het Middellandse Zeegebied na Sicilië, Sardinië en Cyprus. De afstand van noord naar zuid is maximaal 183 kilometer en van west naar oost maximaal 85 kilometer. Het grondgebied van Corsica beslaat 1,6% van het totale Franse grondgebied. Het schiereiland Cap Corse in het noorden is ca. 40 kilometer lang.

Corsica LandkaartCorsica is extreem bergachtig afgewisseld met diepe valleien. De gemiddelde hoogte bedraagt 568 meter. De hoogste berg is de Monte Cinto (2706 meter). Andere hoge bergen zijn de Monte Ritondu (2622 meter), de Paglia Orba (2525 meter), en de Monte Pedru (2393 meter). Ook de in Centraal-Corsica en gelegen tussen de bergen heeft gemiddeld 32 dagen temperaturen boven de 30°C. Oktober tot en met december zijn de natste maanden met hevige stormen en soms overstromingen. In het oosten valt meer neerslag dan in het westen maar in juli valt er praktisch nergens regen. In de bergen komen strenge winters voor en sommige bergtoppen zijn het hele jaar door met sneeuw bedekt. Corte heeft ongeveer dertig vriesdagen per jaar, Ajaccio ongeveer elf per jaar en Bastia in het noordwesten maar ongeveer drie per jaar. Opmerkelijk is dat het klimaat in het noorden iets warmer is dan in het zuiden.
Op Corsica komen verschillende winden voor, ieder met hun eigen naam.
De tramontane is een koude noordenwind, en waait ’s winters af en toe.
De libeccio is in de zomer een hete, droge zuidwestenwind. In de winter brengt deze wind in het westen vaak regen met zich mee.
De grecale is een noordoostenwind met regen in het noorden.
De mistral (Corcicaans: maestrale) is een koude noordwestenwind die maar zelden waait.
De mezzogiorno is een koele zeewind die vaak in het voorjaar waait.
De sirocco is een stoffige wind uit het zuidoosten, vaak gevolgd door onweer.


Klimaat

Berglandschap CorsicaCorsia heeft een typisch Middellandse-Zeeklimaat met droge, warme zomers en vochtige winters met een gemiddelde temperatuur van 12°C. In de bergen is veel frisser en hoe hoger je komt hoe kouder het wordt. Sneeuw is te vinden boven de 1600 meter van oktober tot juni. De zeetemperatuur ligt in de van juni tot september soms boven de 25°C. Corsica heeft gemiddeld 2700 uren zon per jaar. Tussen juni en september ligt de gemiddelde dagtemperatuur boven de 25°C. In juli en augustus kan de temperatuur oplopen tot boven de 35°C.
Ajaccio aan de westkust heeft gemiddeld 12 dagen per jaar temperaturen boven de 30°C. Corte in Centraal-Corsica en gelegen tussen de bergen heeft gemiddeld 32 dagen temperaturen boven de 30°C. Oktober tot en met december zijn de natste maanden met hevige stormen en soms overstromingen. In het oosten valt meer neerslag dan in het westen maar in juli valt er praktisch nergens regen. In de bergen komen strenge winters voor en sommige bergtoppen zijn het hele jaar door met sneeuw bedekt. Corte heeft ongeveer dertig vriesdagen per jaar, Ajaccio ongeveer elf per jaar en Bastia in het noordwesten maar ongeveer drie per jaar. Opmerkelijk is dat het klimaat in het noorden iets warmer is dan in het zuiden.
Op Corsica komen verschillende winden voor, ieder met hun eigen naam.
De tramontane is een koude noordenwind, en waait ’s winters af en toe.
De libeccio is in de zomer een hete, droge zuidwestenwind. In de winter brengt deze wind in het westen vaak regen met zich mee.
De grecale is een noordoostenwind met regen in het noorden.
De mistral (Corcicaans: maestrale) is een koude noordwestenwind die maar zelden waait.
De mezzogiorno is een koele zeewind die vaak in het voorjaar waait.
De sirocco is een stoffige wind uit het zuidoosten, vaak gevolgd door onweer.


Planten en dieren

LammergierCorsica is in vergelijking met de andere eilanden van het Middellandse Zeegebied het groenste eiland. De hoogteverschillen en de daaruit voortvloeiende verschillen in temperatuur zijn daar o.a. debet aan. Er zijn meer dan 2800 soorten bomen, planten en bloemen vastgesteld. Ca. 120 soorten en ondersoorten komen nergens anders meer voor op de wereld.
De rijke Corsicaanse flora is verdeeld in drie zones. De lagere en hogere mediterrane zone tot een hoogte van ca. 1000 meter is o.a. het rijk van de maquis, de kurkeik, olijfboom en vooral de tamme kastanjeboom. De maquis is een gebied met een gemengde, zeer dichte begroeiing. De lage maquis tot ca. 500 meter is niet zo dicht begroeid, maar de hoge maquis is vrijwel ondoordringbaar met bomen als de steeneik, doornachtigen en struiken die wel tot zes meter hoog kunnen worden. Verder komen hier o.a. voor aardbeiboom, cistus, hei, mirte en mastiekboom. Meer dan 20% van de oppervlakte van Corsica wordt nog door maquis bedekt.
Pijnboombossen liggen tussen de 1000 en 1800 meter. In de alpine zone boven de 1800 meter wordt de vegetatie lager en schaarser met grassen en kleine bergplanten als de els. Citroenen, kiwi’s en avocado’s groeien op de oostelijke laagvlakte.
Opvallende bomen zijn:
De Barbarijse vijgenboom komt oorspronkelijk uit Centraal-Amerika. Het is een lid van de cactusfamilie. Hij lijkt op een cactus met naalden die ca. 20-40 cm lang zijn en begroeid is met gele bloemen en vruchten.

MoeflonDe tamme kastanjeboom is zonder twijfel de bekendste boom van Corsica. Geïntroduceerd door de Genuezen, verspreidde de boom zich snel over het eiland De kastanjes worden gebruikt in verschillende locale gerechten.
De kurkeik kan 15-20 meter hoog worden. Elke tien jaar wordt de bast van de boom gehaald en daar worden o.a. kurken van gemaakt. Kurkeiken komen met name in het zuidelijke deel van het eiland voor.
De steeneik kan ca. 15 meter hoog worden. Door de vele bosbranden komt de steeneik ook vaak als een soort struik voor.
Langs de kust groeit de olijfboom die nog steeds gebruikt wordt voor de olijfolie en de agaves. Langs rivieren en wegen vinden we de eucalyptusboom. De meeste bossen op Corsica bestaan uit de Laricio of Corsicaanse pijnboom. Deze pijnbomen kunnen tot 50 meter hoog kan worden. Sommige bomen zijn al ruim 800 jaar oud. Voor liefhebbers van bloemen is Corsica een paradijs. Bijzondere soorten zijn de gele brem, het zonneroosje en op hellingen groeien de kuifhyacint en de "Illyrische" lelie, die alleen op Corsica en Sardinië voorkomt. Op Corsica groeien vele soorten eetbare paddestoelen (o.a. eekhoorntjesbrood, steenzwammen, dooierzwammen) maar ook twaalf giftige soorten.
Bosbranden zijn in de zomer aan de orde van de dag. Driekwart van alle bosbranden in Frankrijk komen op Corsica voor! Gemiddeld brandt er per jaar ca. 10.000 ha bos af, vaak als de mistral waait.

Er leven op Corsica honderden soorten dieren, waaronder heel veel vogelsoorten. De meeste dieren die men te zien krijgt als men op Corsica is, zijn gedomesticeerde dieren als varkens, koeien, geiten, schapen en ezels. Toch heeft het eiland enkele bijzondere bewoners. Forel en paling leven in de bergbeken en de Corsicaanse zwarte salamander en de Corsicaanse euprocte, een soort watersalamander zonder ruggenwervel en longen aan de oevers van de meren en op de rivieroevers. Er zijn geen gevaarlijke slangen op Corsica maar wel giftige spinnen. Kleine zwarte ratten komen het meest voor op de kleine eilanden rond Corsica. Corsica heeft zeer veel insecten waaronder 40 soorten inheemse waterjuffers en 53 soorten inheemse spinnen.
De Audouin’s zeemeeuw komt op het Europese continent niet meer voor maar nog wel op eilanden als Corsica, Sardinië en de Balearen. De lammergier of “altore” heeft een spanwijdte van ca. drie meter. Een van de zeldzame inheemse vogels is de Corsicaanse boomklever die pas eind 19e eeuw ontdekt werd. In de maquis komen o.a. kneuen, lijsters, paapjes, roodborstjes, merels, Sardische grasmussen, baardgrasmussen en goudhaantjes voor. Hermann’s schildpad is een van de zeldzaamste reptielen van Frankrijk maar nog vrij algemeen op Corsica. Het dier leeft vooral in de maquis en kan 60-80 jaar oud worden. De visarend is een prachtige maar zeldzame roofvogel waarvan ca. 20 paartjes op Corsica broeden. In 1973 waren dat er nog maar drie. De gekuifde aalscholver nestelt graag in kolonies aan de rotsige kust en op de eilandjes rond Corsica. Wilde zwijnen leven voornamelijk in de maquis en in de bossen. Deze alleseters worden vooral in de winter gejaagd. Verder leven er op Corsica dertig vleermuissoorten waaronder de grote bulvleermuis.

De moeflon leeft al achtduizend jaar op Corsica, maar wordt met uitroeiing bedreigd. In de zomer leven de ca. 500 overgebleven exemplaren op grote hoogte in het gebergte en ’s winters komen ze naar beneden om voedsel te zoeken. In de wateren rond Corsica leven ca. 150 vissoorten. Ongeveer 50 soorten worden gevangen en verhandeld: o.a. zeewolf, sardine, zonnevis, schorpioenvis en zeebrasem. Beschermde soorten zijn zwaardvis, bruinvis, tandbaars, moeraal en doornhaai. Beroemd is de Corsicaanse langoest die tot de lekkerste van het Middellandse Zeegebied behoort.


Geschiedenis

Oudste geschiedenis

Dame van BonefacioZo’n 6500 jaar geleden, in de pre-neolithische periode, woonden er al mensen op Corsica. Het bewijs daarvoor wordt geleverd door het skelet van de “dame van Bonifacio” dat gedateerd is op 6570 voor Christus en in 1975 werd gevonden. Het waren grotbewoners die van de jacht en de visserij leefden en waarschijnlijk afkomstig waren van Toscane op het Italiaanse vasteland en van Sardinië, het Italiaanse eiland ten zuiden van Corsica. Corsica behoorde rond die tijd tot Ligurië.
In de nieuwe steentijd (neolithische periode 6000-1800 voor Chr.) leerden de Corsicanen granen te verbouwen en worden er schapen en geiten gehouden. Ook gebruikt men vanaf die tijd stenen wapens en gebruiksvoorwerpen. Met behulp van de vele op het eiland liggende grote stenen werden ook de eerste huizen gebouwd in de laat-neolithische periode (3300-1800 voor Chr.). Kenmerkend voor deze periode zijn de zogenaamde “alignements”, rijen tot menselijke figuren omhoog geplaatste grote stenen of menhirs (ook wel dolmens genoemd). Menhirs werden ook bij graven geplaatst als eerbetoon aan de gestorvene.
In de bronstijd van 1800-700 voor Chr. werden er al kleine gefortificeerde dorpen gebouwd door in die tijd gevormde stammen. In die periode kwamen ook de goed bewapende Torreanen op Corsica, waardoor de Corsicanen gedwongen waren om te vluchten naar Noord-Corsica. De Torreanen hadden in tegenstelling tot de Corsicanen bronzen dolken en zwaarden tot hun beschikking. Ze bouwden ook tempels in de vorm van torens. Vanaf 600 v. Chr. komt de naam Corsica voor, o.a. bij de Feniciërs die een ruilhandel met de Corsicanen onderhielden. Ca. 550 v. Chr. landden de Focaiers, door de Perzen verjaagd uit Griekenland, op de oostkust van Corsica. Het waren handelaren die veel zaken deden met Sicilië, Spanje, Frankrijk en Italië, en zij stichtten de nederzetting Alalia, waar nu Aléria gelegen is.

Corsica wordt bezet door...bijna iedereen

Deze Focaiers werden weer verjaagd door de Carthagers en de Etrusken. Doordat Carthago en Rome met elkaar slaags raakten kreeg De Romeinse veldheer Scipio de opdracht de Corsicanen uit Alalia te verjagen en de stad te vernietigen. Dit lukte zonder veel moeite en vanaf 221 v. Chr. werd Corsica een provincie van het Romeinse Rijk. De Corsicanen waren al die tijd genoodzaakt zich in het binnenland terug te trekken en deelden af en toe wat speldenprikken uit tegen de diverse indringers. Het lukte hen ook om enkele steden in het binnenland te bouwen.
Het christendom werd in de Romeinse periode geïntroduceerd maar de verspreiding verliep moeizaam door de gewelddadige tegenwerking van de Romeinen. In 410 werd Rome door de Goten veroverd en werd Corsica bevrijd van het Romeinse juk. Lang duurde die vrijheid echter niet want vervolgens werd Corsica bezet door Vandalen, Goten, Longobarden, Byzantijnen en Grieken. De Grieken bleven het langst en onder hen hadden de Corsicanen het zeer moeilijk o.a. vanwege hoge belastingen die men aan de Grieken moest betalen. De Griekse overheersing duurde ongeveer twee eeuwen. In 713 werden de Grieken verjaagd door de Saracenen die zich alleen zouden bezighouden met het plunderen van het eiland. In 807 werd Corsica door de Moren bezet, die de bevolking nog meer de duimschroeven aanzetten. Vele Corsicanen vluchtten dan ook naar het Franse vasteland. Pogingen van andere landen om de Moren (moslims!) te verjagen, mislukten vooralsnog.
In 833 lukte het echter de Toscaanse graaf Bonifacio een vesting te bouwen op het zuidelijkste puntje van Corsica. Toch zou het nog meer dan 150 jaar duren voordat de Moren door Italianen verjaagd zouden worden. Als dank voor bewezen diensten kregen een aantal Italiaanse soldaten en gevluchte edelen een kasteel en een stuk land toegewezen. Maar ook deze zogenaamde “baronnen” onderdrukten de Corsicaanse bevolking en vochten ook onderling vele oorlogen uit. De Corsicanen pikten het niet langer meer en onder leiding van Sambucuccio de Alando lukte het om de Italiaanse baronnen een tijdje buitenspel te zetten. Er werd een verbond opgericht, de Terra del Commune, waarin elke Corsicaanse provincie een of twee burgemeesters mocht afvaardigen. Helaas grepen de baronnen na de dood van Sambucuccio weer de macht.

Pisanen en Genuezen

In 1077 kreeg paus Gregorius VII van de Franse koning het recht op Corsica. Deze paus gaf het eiland echter als leengoed aan de kardinaal van het Italiaanse Pisa, op dat moment de grootste handelsconcurrent van Genua. Dit pakte eindelijk een keer goed uit voor de Corsicanen want er werden steden herbouwd, wegen en bruggen aangelegd en natuurlijk werden er ook vele kerken gebouwd. Langs de kust werden veel wachttorens gebouwd om vijanden op tijd te kunnen zien.
In 1217 veroverden de Genuezen het strategisch gelegen Bonifacio en stichtten er een Genuese handelskolonie. Met behulp van de Corsicaanse vrijheidsstrijder Sinucello de Cinarca werden de Genuezen verslagen, maar in 1221 werd het leger van Sinucello verslagen en zagen de Corsicanen definitief af van hun recht op Corsica. De paus schonk Corsica, samen met Sardinië aan de koning van Aragon in Spanje. Het lukte hen echter ook niet om de Genuezen te verjagen. Nu kwam echter de bevolking weer in opstand onder leiding van Arrigo della Rocca. Na een mislukte poging versloeg hij in 1392 de Genuezen, werd al snel weer verslagen door diezelfde Genuezen, maar veroverde daarna weer geheel Corsica met uitzondering van de bolwerken Bonifacio en Calvi.
Deze geschiedenis herhaalde zich nog enkele malen totdat het verzet van de Corsicanen in 1515 definitief door de Genuezen gebroken werd. In 1547 werd er echter alweer een poging gedaan om Corsica van de Genuezen te bevrijden. Dit keer was het koning Hendrik II samen met de Turkse vloot en de Corsicaan Sampiero Corso, die een poging waagden. In 1553 werd Corsica, op Calvi na, ingenomen door de Fransen maar in 1559 werd Corsica tijdens de vrede van Cateau- Cambrésis wederom aan de Genuezen toegewezen. Sampiero deed nu nog een laatste alles-of-nietspoging met een klein maar sterk leger. Aanvankelijk regen Sampierro en de zijnen de ene na de andere overwinning aaneen, maar Sampierro werd in een hinderlaag gelokt en vermoord. Het verzet van de Corsicanen was nu gebroken en er restte niets anders dan het vredesverdrag met de Genuezen te ondertekenen. De Genuezen bouwden nu nog sterkere en hogere torens (12-17 meter hoog) langs de kust. Enkele daarvan staan nog steeds op o.a. Cap Corse.
Rond 1730 werd het weer onrustig op het eiland, o.a. door de belastingverhogingen die de Genuezen telkens doorvoerden. Toen ook nog enkele Corsicaanse soldaten onthoofd werden eiste de bevolking wraak. De Genuezen kregen echter hulp van Karel VI die een groot leger Duitse huursoldaten stuurde. In 1732 werd er tot een wapenstilstand besloten.
Op 12 maart 1736 arriveerde de Duitser Theodor von Neuhoff toevallig op Corsica op een Engels schip vol met kanonnen, geweren, munitie en veel geld. In ruil voor het koningsschap van Corsica kregen de Corsicanen het wapentuig. Enkele maanden later vertrok Von Neuhoff weer om geld bij elkaar te krijgen om zijn hofhouding te kunnen betalen. In 1743 keerde hij weer terug op Corsica maar werd tot persona non grata verklaard en mocht Corsica dus niet in. Een van de drie leiders die de taken van Von Neuhoff waarnam tijdens diens afwezigheid was Giampietro Gaffori. Hij werd ook de nieuwe leider toen bleek dat Von Neuhoff niet meer terug zou komen. Hij zocht hulp bij de Engelsen en samen lukte het hen om Bastia en Corti te veroveren. Op 10 augustus 1746 riep Gaffori de onafhankelijkheid uit en in 1751 werd er een vredesverdrag getekend met Genua. Gaffori werd uitgeroepen tot gouverneur-generaal van Corsica maar werd in 1753 door de Genuezen vermoord.

Pascal Paoli en Napoleon Bonaparte

Pascal  PaoliPascal Paoli werd in 1755 de nieuwe leider van het Corsicaanse verzet en hij zou uiteindelijk de Vader des Vaderlands worden. Hij was een gestudeerd man met nieuwe ideeën en voerde ze ook uit. Zo zorgde hij voor democratische hervormingen als stemrecht voor iedereen boven de 25 jaar. Er werd verder een algemene vergadering uitgeroepen, hij verbood de “vendetta” (de bloedwraak), stichtte volksscholen en in 1765 zelfs de universiteit van Corte. Ook vond hij het noodzakelijk om een eigen vloot te hebben.
In 1768 werd Corsica door de Genuezen aan Frankrijk verkocht voor 200.000 pond. Het verzet was woedend over deze koehandel en het was Carlo Bonaparte, de vader van Napoleon Bonaparte, die Frankrijk de oorlog verklaarde. De slag bij Borgo werd door de Corsicanen gewonnen, maar op 8 mei 1769 werd het Corsicaanse leger in de pan gehakt door het leger van Lodewijk XV. Op 12 juni 1769 werd Corsica tot Frans grondgebied verklaard. Aangespoord door de Franse Revolutie reisde Paoli naar Parijs om de vrijheid van Corsica te bepleiten. Deze missie lukte, alleen het Corsicaanse volk was sterk verdeeld en een burgeroorlog dreigde. Paoli riep onmiddellijk de onafhankelijkheid van Corsica uit maar vroeg de Engelsen weer om hulp. Met vereende krachten werd de rust weer hersteld en de oude grondwet werd weer aangenomen, hoewel de eigenlijke macht in handen was van de Engelse koning George III. Deze George III benoemde Gilbert Elliott tot onderkoning van Corsica maar de Engelsen trokken zich al na een jaar terug uit Corsica.
Ondertussen vocht ene Napoleon Bonaparte mee in het Corsicaanse leger. Na een mislukte poging om de citadel van Ajaccio op de Engelsen te veroveren vluchtte hij naar het vasteland waardoor hij door de meeste Corsicanen als een landverrader beschouwd werd. In Frankrijk aangekomen maakte hij al snel furore in het leger en dat leidde uiteindelijk tot het keizerschap. Tijdens zijn veldtocht in Italië maakte hij in 1799 een einde aan de Engelse overheersing van Corsica en bezette het eiland. In 1811 benoemde hij zijn geboorteplaats Ajaccio tot hoofdstad van Corsica. Het eiland verfranste al snel hoewel Parijs de nieuwe aanwinst eigenlijk volkomen links liet liggen. Dit veranderde pas tijdens het bewind van Napoleon III, zo ongeveer halverwege de 19e eeuw. Hij stichtte ziekenhuizen,legde wegen en spoorwegen aan en veel Corsicanen werden in openbare functies benoemd.

Eerste en Tweede Wereldoorlog

Desondanks trokken veel Corsicanen naar het Franse vasteland op zoek naar werk en de groep Corsicanen die zich wilde afscheiden van Frankrijk werd steeds kleiner. Het was dan ook niet verwonderlijk dat veel Corsicanen zij aan zij met de Fransen meevochten in de Eerste Wereldoorlog. Er zouden uiteindelijk meer dan 40.000 Corsicanen sneuvelen op de slagvelden. Ook de Tweede Wereldoorlog liet Corsica niet onberoerd. De Italiaanse leider Benito Mussolini vond dat Corsica bij Italië hoorde. De Corsicanen dachten hier uiteraard heel anders over maar de Duitsgezinde Vichy-regering ging op 11 november overstag en stond Corsica af aan de Italianen. Dezelfde dag nog werd Corsica bezet door de Italianen, wat later gevolgd door de Duitsers.
Hier en daar laaide het verzet op tegen de bezetters die antwoordden met intimidaties, plunderingen en de oprichting van een concentratiekamp. Dit leidde tot de oprichting van een heuse verzetsbeweging (maquisards) die vanuit de maquis het de Italianen en de Duitsers steeds moeilijker maakten. Ze werden daarbij geholpen door de geallieerden die veel wapens en munitie aan land smokkelden. Ondanks hevig verzet van de Duitsers werden zij op 4 oktober 1943 in de Golo-vallei verslagen. De Italianen hadden zich al enkele maanden eerder overgegeven zodat voor Corsica de oorlog al vrij snel voorbij was.

Periode van herstel, toerisme en bommen

Na jaren van herstelwerkzaamheden aan huizen en de infrastructuur werd vanaf 1955 door de Franse regering besloten tot modernisering en uitbreiding van de landbouw. Desondanks trokken nog steeds veel Corsicanen naar het Franse vasteland. In 1959 werd het Action Régionaliste Corse (ARC) opgericht met als doel de traditie en cultuur van Corsica te behouden. Ook streefde men naar zelfbestuur. In 1975 wordt het Front de Libération Nationale de Corse (FLNC) opgericht, het Corsicaanse bevrijdingsfront.
Vanaf de jaren zestig stortte Corsica zich op het toerisme en er werden vele hotels en vakantieoorden gebouwd. In 1975 werd Corsica in twee departementen onderverdeeld. Bastia werd de hoofdstad van het departement Haut-Corse en Ajaccio van het departement Corse du Sud. In 1982 kreeg Corsica een eigen parlement met 61 zetels en mag beslissingen nemen op het gebied van cultuur, onderwijs en milieu. Een kleine minderheid streeft echter nog steeds naar autonomie en maakt dat regelmatig duidelijk via o.a. bomaanslagen.
Het “hoogtepunt” van de bomaanslagen lag in de jaren zeventig en tachtig van de 20e eeuw. 111 aanslagen in 1973, 463 in 1980 en talloze meer sinds die tijd. Begin jaren negentig valt het FLNC uit elkaar door o.a. persoonlijke conflicten en economische en politieke belangenverstrengelingen. In 1996 ontploft er een bom in het centrum van Bastia met als gevolg twaalf gewonden en een dode. Het is gelukkig een van de weinige aanslagen waar slachtoffers vallen. In februari 1998 werd Corsica nogmaals opgeschrikt door de moordaanslag op prefect Érignac.

Het zogenaamde proces van Matignon heeft in de zomer van 2001 geresulteerd in een akkoord tussen de Franse regering en alle Corsicaanse partijen. Het akkoord voorziet in een overgangsperiode van vier jaar. Daarna krijgt Corsica een verregaande autonomie met wetgevende bevoegdheden.
Corsica werd op 18 oktober 2002 opgeschrikt door 15 aanslagen met explosieven. Onder meer banken en villa's waren het doelwit, maar slachtoffers vielen er niet. De politie vermoedde dat separatisten de aanslagen pleegden.


Bevolking

Door de vele slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en emigratie op grote schaal naar het Franse vasteland en het buitenland leven er nu nog maar ca. 240.000 mensen op Corsica. De op het eiland woonachtige bevolking is geconcentreerd in de belangrijkste steden (Ajaccio, Bastia, Bonifacio, Calvi), enkele kleinere centra en de zones van Aléria, Marana en Balagne.
Ca. 100.000 daarvan wonen in de hoofdstad Ajaccio en in Bastia. Gemiddeld wonen er per km2 ca. 28 mensen op Corsica. Door met name de trek naar het Franse vasteland wonen er op dit moment meer Corsicanen in het buitenland dan op Corsica. Men schat dat tussen de 700.000 en 800.000 Corsicanen in de loop der tijden geëmigreerd zijn, waarvan ca. 500.000 naar het Franse vasteland. Een opmerkelijke kolonie afstammelingen van Cap Corse woont zelfs in Venezuela.
In 1886 woonden er maximaal 276.000 mensen, in 1955 het laagste aantal met 170.000. Een studie in 1990 wees uit dat 60% van de bevolking geboren was op het eiland. Er wonen nu ca. 22.000 buitenlanders op Corsica en dat is ca. 8% van de totale bevolking. Daaronder ca. 12.000 Marokkanen, 3.000 Italianen, 3.000 Portugezen en 2.000 Tunesiërs en andere groepen uit Noord-Afrika, de zogenaamde “pied noirs”. Na de Algerijnse oorlog tussen Algerije en Frankrijk in 1962 heeft Corsica ook veel gerepatrieerde landgenoten opgevangen. Sinds 1975 komen er niet veel immigranten meer naar Corsica, maar het aantal Fransen van het vasteland, door de Corsicanen “pinzutti” genoemd, neemt toe.


Taal

Op Corsica is de belangrijkste taal natuurlijk het Frans alhoewel met een duidelijk accent. De echte, vaak wat oudere, Corsicanen praten onderling Corsicaans, dat een mengeling is van Frans en met name van Italiaans en Latijn. Door de langdurige Italiaanse overheersing (Genua en Pisa) sprak men in die tijd op Corsica pré-Latijn en daarna nieuw-Latijn. Dat vormde de basis van het huidige Corsicaans. Hoewel het aantal mensen dat Corsicaans spreekt minder wordt, schat men dat nog steeds ca. 65% van de bevolking de taal nog machtig is. Sinds 1974 heeft het de status van regionale taal en wordt zelfs onderwezen aan de universiteit van Corte.
De volgende voorbeelden laten duidelijk zien dat het Corsicaans sterk beïnvloed is door het Italiaans.

Nederlands Corsicaans Frans Italiaans
Een unu un uno
Vier quattru quatre quattro
Acht ottu huit otto
Twintig vinti vingt venti
Goedendag bunghjornu bonjour buongiorno
Tot ziens a venicci au revoir arrivederci
Dank u grazie merci grazie
Zee mare mer mare

Godsdienst

De Corsicanen zijn over het algemeen nog zeer gelovig en vrijwel allemaal rooms-katholiek. Verder zijn er nog kleine groepen Grieks-orthodoxen en islamieten. Ieder dorp heeft wel een rooms-katholieke kerk en ook het grote aantal grafkapellen valt op. Hierin liggen vaak generaties van één familie begraven.


Samenleving

Bestuur

Tijdens de Genuese periode bestond Corsica uit tien provincies. Napoleon Bonaparte maakte er één provincie van met Ajaccio als hoofdstad. Vanaf 15 mei 1975 bestaat Corsica uit twee departementen. Dat zijn Corse du Sud met Ajaccio als hoofdstad en Haut Corse met Bastia als hoofdstad. De beide departementen worden bestuurd door een prefect als vertegenwoordiger van de regering. Corsica heeft een eigen parlement, de Assemblée de Corse, met vergaande beslissingsbevoegdheid op gebieden als cultuur, transport, milieu en onderwijs. Een klein deel van de bevolking streeft nog steeds naar een onafhankelijk Corsica. Bomaanslagen zijn de meest serieuze uitingen van dit streven. Triest dieptepunt was de moordaanslag op prefect Érignac in februari 1998.
De meeste Corsicanen zijn er zich echter van bewust dat een onafhankelijke status desastreus voor de economie zou zijn, omdat Corsica wat dat betreft altijd zeer afhankelijk van de regering in Parijs zal zijn.

Onderwijs

Onderwijs is verplicht vanaf zes jaar tot zestien jaar. Het middelbaar onderwijs is verdeeld in twee cycli. De eerste cyclus, van 11 tot 15 jaar (collège) is een algemene opleiding. De tweede cyclus tot 18 jaar kan men kiezen tussen een academisch of een beroepsopleiding. In 1765 opende Pascal Paoli de eerste universiteit in Corte. Deze universiteit werd echter al snel gesloten nadat de Fransen op het eiland arriveerden.
Pas in 1981 werd de universiteit van Corsica, de Pascal Paoli-universiteit, weer geopend, opnieuw in Corte. De universiteit telt ca. 3500 studenten die kunnen kiezen uit o.a. de faculteiten kunst, talen, technologie, recht en economie. Verspreid over het eiland liggen nog enkele technische opleidingen.

Vendetta of bloedwraak

Van alle Corsicaanse tradities is de “vendetta” of bloedwraak de bekendste. Vooral in de 16e tot en met de 18e eeuw, gedurende de Genuese overheersing, vierde de vendetta hoogtijdagen. De Genuese politie greep niet in bij ruzies tussen de Corsicanen onderling, zeker niet in het binnenland. Men was dus genoodzaakt conflicten zelf te regelen. Vendetta’s kwamen vooral voor in het zuiden. In Cap Corse in het noorden van Corsica kende men deze traditie helemaal niet.
Een vendetta ontstond vaak als de eer van de familie werd aangetast. Degene die de eer bezoedeld had werd vermoord door de “getroffen” familie. Zijn familie vermoorde weer iemand van de andere familie en zo kon dat generaties lang doorgaan. Er waren echter verschillende manieren om een vendetta te beëindigen. Er kon bijvoorbeeld een soort vredesbestand of wapenstilstand overeengekomen worden tussen de families. De vendetta eindigde ook wel eens als er aan beide zijden evenveel slachtoffers gevallen waren. In de periode 1359 tot en met 1729 kwamen er door de vendetta meer dan 30.000 Corsicanen om het leven. Pas in 1920 werd de vendetta bij wet verboden.


Economie

Strand CorsicaHalverwege de jaren negentig was ca. 20% van de beroepsbevolking werkloos. En nog steeds gaat het niet erg goed met de economie van het eiland. De Corsicaanse landbouwers produceren vooral voor eigen gebruik. De export van o.a. kurk, wijn (90% rode wijn), kaas, zuidvruchten en olijfolie neemt de laatste jaren wel toe. De landbouw wordt tot op 600 m hoogte uitgeoefend, deels op geïrrigeerde grond. Boven de 1000 m weiden 's zomers geiten en schapen, belangrijk voor de kaasbereiding. Deze veehouderij is verantwoordelijk voor het gedeeltelijk verdwijnen van de bossen en de uitbreiding van het dichte struikgewas(maquis). De landbouw levert ca. 2% van het bruto nationaal product (bnp) op. Ook Europese landbouwsubsidies brengen de landbouw nog niet veel verder. Graan moet nog steeds geïmporteerd worden.
In Ajaccio en Bastia is een vrij uitgebreide levensmiddelenindustrie aanwezig, eveneens gericht op de eigen markt. Duurzame goederen komen vooral van het Franse vasteland en zijn extra duur vanwege de hoge transportkosten. Dat is ook de belangrijkste reden dat er nog nauwelijks een exportindustrie van de grond is gekomen. De geïsoleerde ligging zou de prijzen omhoog drijven en de producten praktisch onverkoopbaar maken. De binnenlandse afzetmarkt is ook te klein om de productie rendabel te maken.Industrie levert dan ook maar ca. 5% van het bnp op en Corsica is de minst geïndustrialiseerde regio van Frankrijk. Ca. 30 bedrijven hebben meer dan 20 man personeel in dienst en maar één bedrijf heeft meer dan 100 werknemers. In de bouwsector is 10% van de beroepsbevolking werkzaam. Leerlooierij, conservenindustrie en houtbewerking vormen de voornaamste industriële activiteiten.
De dienstensector is het belangrijkste sector voor de Corsicaanse economie en levert 80% van het bnp en zorgt voor 70% van het aantal beschikbare banen. In 1994 werkte één derde van de beroepsbevolking voor de overheid. Een groeisector is natuurlijk wel het toerisme. Jaarlijks komen er ongeveer 1,5 miljoen toeristen naar Corsica, met name veel Duitsers (ca. 12%) en Italianen (ca. 23%) die in totaal zo’n 3,5 miljard Franse francs besteden. Vooral in populaire kustplaatsen als Calvi, Bastia, Porto Vecchio en Ajaccio wordt veel geld verdiend. Het binnenland profiteert veel minder van het toerisme. Slechts één op de vijf toeristen doet namelijk het binnenland aan. Belangrijk voor het economisch vrij zwakke Corsica zijn de subsidies van de Franse overheid. Corsica heeft ongeveer het laagste bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking, vergeleken met andere Franse regio’s. Ook de werkloosheid ligt veel hoger dan in de rest van Frankrijk. Ook speciale belastingmaatregelen sorteren nog niet het gewenste effect.
Het openbaar vervoer op het eiland stelt niet zoveel voor. Er rijden maar weinig bussen en de enige spoorlijn is eigenlijk alleen van toeristische waarde. Afgelegen dorpen zijn dus alleen met de auto te bereiken. Die kunnen rijden over vrij goede wegen die gedwongen door het grillige landschap echter zeer bochtig zijn. Afstanden moeten daarom in reistijd berekend worden en niet in kilometers. Vanaf het Franse vasteland kan men met langzame ferryboten of met de snelle N.G.V.’s (Navires à Grande Vitesse) naar alle havens van Corsica. Corsica telt vier luchthavens waarvandaan een tot vijf vluchten per dag naar het vasteland vertrekken.


Corsica Links

Corsica Foto's
Corsica Naturisme (N)
Corsica Prikbord (N)
Corsica Start België (N)
Corsica Startnederland (N)
Corsica Verzamelgids (N)
Corsica Zappsite (N)
Frankrijk Start België (N)
Frankrijk Zappsite (N)
Info over Corsica (N)
Reisverslag Corsica (N)
Startpagina Corsica (N)
Startpagina Frankrijk (N)
Starttips Frankrijk (E+N)
Telefoongids Frankrijk


Bronnen

Corsica
Lannoo, 1998

Corsica
Lonely Planet, 1999

Corsica
Touring/Lannoo, 2000

Driessen, J.W. / Corsica
Elmar, 1996